Swart Advocaten - De aanzegverplichting

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid is het arbeidsrecht ingrijpend gewijzigd. Inmiddels is ruim twee jaar sprake van deze gewijzigde wet- en regelgeving. Ondanks dat de nieuwe wetgeving dus reeds enige tijd gelding heeft, bemerk ik in mijn arbeidsrechtpraktijk dat nog altijd juridische geschillen ontstaan over ‘harde’ verplichtingen van werkgevers. Het niet nakomen van deze verplichtingen leidt tot verspilling van middelen. In deze column besteed ik om die reden aandacht aan de zogenoemde aanzegverplichting bij het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.


De aanzegverplichting houdt in dat een werkgever, uiterlijk één maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot een einde komt, aan zijn werknemer schriftelijk kenbaar dient te maken of, en zo ja, onder welke voorwaarden, hij de arbeidsovereenkomst al dan niet wenst voort te zetten. De aanzegging kan feitelijk op ieder moment tijdens het bestaan van de arbeidsovereenkomst worden gedaan. Wanneer niet aan de aanzegverplichting wordt voldaan, dan raakt de werkgever een vergoeding aan de werknemer verschuldigd die gelijk is aan ten hoogste één bruto maandsalaris. Deze vergoeding wordt pro rata vastgesteld. Dus: wanneer (bijv.) 14 dagen te laat wordt aangezegd, is – kort gezegd – 14/30e van een bruto maandsalaris verschuldigd. Overigens merk ik uitdrukkelijk op dat het niet voldoen aan de aanzegverplichting, niet leidt tot een continuering van het dienstverband. De arbeidsovereenkomst eindigt nog altijd van rechtswege, doch de werkgever raakt aan de werknemer de hiervoor bedoelde vergoeding verschuldigd.
De aanzegging dient volgens de wet schriftelijk te geschieden. In de jurisprudentie is echter reeds aanvaard dat ook een aanzegging per WhatsApp (met blauwe vinkjes waaruit de ontvangst blijkt) onder omstandigheden voldoende kan zijn. Ook een e-mail lijkt om die reden afdoende, al dient dan wel vast te staan dat de e-mail door de werknemer ontvangen is. De bewijslast rust aan de zijde van de werkgever. Mondelinge aanzeggingen zijn in ieder geval niet voldoende. Zekerheidshalve is derhalve te prefereren een brief, met handtekening voor ontvangst.
Het niet voldoen aan de aanzegverplichting leidt ontegenzeggelijk tot financieel nadeel voor de werkgever. Als niet kan worden aangetoond dat tijdig is aangezegd, is een bedrag verschuldigd gelijk aan het aantal dagen dat de aanzegging te laat is, met een maximum van één bruto maandsalaris. Teneinde verspilling van middelen te voorkomen is het dus raadzaam om in de administratie bij te houden op welk moment arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd tot een einde komen.
Swart Advocatuur Almere
Mr. J.B.M. Swart
Busplein 36-38 (Regustower)
036-7601848
www.swartlaw.nl

Artikel geplaatst op: 22 juni 2017 - 06:35

Gerelateerd

Delen